14.02.2020

Daten met Diabetes

Toen ik in 2014 voor het eerst met mijn diabetesteam sprak over een pomp, had ik een relatie. Ik voelde me comfortabel, veilig en gesteund, en ondanks dat ik 20 jaar probleemloos gespoten had, wist ik dat er functionaliteiten op een pomp zatten waar ik iets aan zou kunnen hebben, vooral als het ging om sport. Ik had eerder altijd m’n schouders opgehaald bij het idee van een pomp als iemand erover begon, en eerlijk gezegd kwam dat omdat ik niet vast wilde zitten aan een medisch hulpmiddel (naast het feit dat ik niet het idee had dat ik nog meer energie in m’n diabetes wilde stoppen). Ik zag het dragen van een pomp altijd als een overduidelijke statement waarbij ik m’n diabetes voor mijn gevoel ‘te vroeg’ in het gesprek moest gooien. Ik dacht dat het dragen van een pomp het verhaal van diabetes over zou nemen, en dat ik er niet meer mijn eigen draai aan kon geven. Niks bleek minder waar.

Type 1 diabetes probeert sinds 1996 een rommeltje van m’n leven te maken. Ik ging ermee naar school, overleefde mijn tienertijd, de universiteit, en daten - maar de rol van diabetes daarin is erg wisselend geweest door de jaren heen. Ik ben nooit echt verlegen geweest om over mijn chronische aandoening te praten, maar terwijl ik door mijn tienerjaren heen banjerde werd mijn diabetes wel achtergrondgeluid, terwijl ik erachter kwam wie ik was, waar ik mee bezig was en wat belangrijk was voor mij. Na mijn twintistge (en na de universiteit) begon ik veel meer aandacht te besteden aan mijn type 1 diabetes, want ik was klaar met me slecht voelen. Daarmee kwam een gevoel van ‘diabetes is mijn ding’ en toen ik mijn eerste serieuze relaties kreeg was diabetes iets dat ik zelf deed - niet te veel delen met een partner, behalve dan dat ze wisten hoe ze met een hypo om moesten gaan. Maar uiteindelijk was het mijn ding om te managen - mijn vinger prikken waren incidenteel en mijn injecties waren snel – niet iets wat uitgebreid besproken is.

Op pennen kon ik mijn diabetes op de achtergrond laten verdwijnen tijdens dates. Ik herinner me nog een date waar ik op een toilet een lading snoepjes naar binnen zat te werken in een Londense bar omdat ik een hypo had en geen zin had om het gesprek over te laten nemen door diabetes. Op andere dates werd het soms vluchtig genoemd, maar het werd over het algemeen afgedaan met een nonchalant schouderophalen.

Diabetes kreeg een grotere rol in het verhaal toen ik mijn toenmalige partner ontmoette in 2014 - ik was pas een week terug uit Parijs, waar ik naartoe was gefietst voor een goed doel, en ik voelde me fantastisch. Ik was trots op wat ik had bereikt vanwege en ondanks mijn type 1, en het was heel natuurlijk aan bod gekomen in onze eerste gesprekken. Naarmate de relatie zich ontwikkelde, gebeurde dat ook met mijn gevoel van trots op m’n lijf, en die eerdere zorgen over vastzitten aan een apparaat werden minder. Zo belandde ik op die afspraak waar ik vroeg naar een insulinepomp en het hebben van een partner waarvan ik wist dat hij het prima vond, speelde daarin een grote rol. Het was niet dat ik het in m’n eentje niet gedaan zou hebben, maar er was iemand om de informatie, de last en de complexiteiten van deze nieuwe vervanging voor m’n alvleesklier mee te delen.

Toen die relatie drie jaar later eindigde, moest ik niet alleen de wereld van dating apps gaan navigeren, maar ook uitdokteren hoe ik mijn diabetes aan mensen introduceerde – want nu zat mijn pomp aan m’n lijf. Gelukkig bleek dat in mijn dertiger jaren, het praten over diabetes op een date allang geen issue meer is. Misschien komt het doordat ik in het algemeen comfortabeler ben met wie ik ben, maar hoe langer ik met type 1 diabetes leef, hoe vaker ik het aan mensen heb moeten uitleggen: nieuwe collega’s, nieuwe vrienden, fitness instructeurs en vreemden, het is allemaal gebeurd. Dat ik deel uitmaak van de diabetescommunity en het werk wat ik daar heb gedaan, en waar ik enorm trots op ben speelt ook een rol. Het mengt zich door mijn media carrière en ik weet bijna zeker dat op iedere eerste date de vraag ‘wat doe je voor werk’, voorbij komt, waar diabetes bij mij altijd weer naar boven komt. En zelfs als type 1 geen deel van m’n werk zou zijn, dates gaan vaak gepaard met eten en drinken, dus moet ik m’n bloedsuikers controleren of insuline geven. Tegenwoordig vind ik het dan ook prima als diabetes op die manier een rol speelt in het gesprek. Het is ook fijn geweest om te merken dat tijdens het daten (en daten, en daten, en daten… zucht), de meest voorkomende reactie nieuwsgierigheid of interesse is – en soms zelfs bewondering (niet slecht toch?!). Als een potentiële partner wel problemen heeft met m’n diabetes, dan weet ik dat ook liever gelijk want dan kan ik ‘m gelijk de deur wijzen: ik ben veel te druk om mezelf in leven te houden om dat soort mensen in m’n leven te hebben.

En seks dan? Praten over diabetes op een eerste date is al een ding, maar met een zekere mate van intimiteit komt nog meer waar je over na moet denken – dat medisch uitziende ding dat op m’n lijf zit. En hoezeer ik ook met m’n lichaamsbeeld heb geworsteld, ik ben me er nooit zo van bewust als ik naakt voor iemand sta. Ik denk dat, als je op het punt bent dat je met elkaar naar bed wil, een levensreddend apparaat dat niet moet veranderen – en het is nou eenmaal deel van mij. Nogmaals, dat komt ook met leeftijd en (ahem) ervaring, en ik kan me voorstellen dat dat voor iedereen anders is. Maar voor degene die zich afvragen wat een (potentiële) partner denkt deel ik graag even met je wat iemand ooit tegen mij zei toen we het hierover hadden: “als ik heel eerlijk ben”, zei hij voorzichtig met een grijns, “als je naakt bent dan is dat waarschijnlijk het laatste waar ik mee bezig ben.” Ik lachte, en lachte en heb me er sindsdien nooit meer zorgen over gemaakt.

Over Jen


Jen Grieves is schrijver, digitaal producent en blogger met type 1 diabetes uit Londen. Ze leeft nu 23 jaar met de ziekte en je kunt haar blogs vinden op missjengrieves.com.

Hello! Where are you from?