Vanaf dat ik heel jong was (en te zwaar) werd een deel van mijn leven beïnvloed door nummers. Het nummer op de weegschaal, voornamelijk. Toen ik diabetes kreeg kwam daar het nummer op m’n glucosemeter bij. En vervolgens ook de nummers van de hoeveelheid koolhydraten in mijn eten. De weegschaal stond (en staat) op een plek in de keuken waar ik er ten allen tijden makkelijk bij kan. Want als er iets is waar je met diabetes niet zonder kan, dan zijn het nummertjes.

Toen ik net diabetes kreeg woog ik heel netjes al mijn eten af. Na verloop van tijd realiseerde ik me dat sommige dingen zo weinig koolhydraten bevatte dat het schatten ook best prima af ging. En dat sommige verpakkingen ook per portie koolhydraten weergeven. Dat scheelde altijd weer. Maar zeker bij het avondeten, bij dingen als rijst of pasta – daar komt het altijd enorm nauwkeurig. Tien gram meer of minder op de weegschaal betekent toch ook echt een stukje minder koolhydraten, wat ik in m’n bloedsuiker ook al snel merk. M’n weegschaal werd al gauw een van de belangrijkste dingen in m’n keuken.

Toch is het af en toe ook erg frustrerend, die weegschaal. Als ik (voor m’n gevoel) precies goed heb uitgeteld hoeveel koolhydraten er in m’n eten zitten, m’n bloedsuiker heb gemeten en m’n Kaleidoculator z’n werk zie doen – en dan alsnog in een hypo of hyper beland, dan kan ik al die nummertjes wel verfoeien. En m’n weegschaal ook. Want wat heb ik er dan aan? En dat is natuurlijk ook gelijk de crux: als je diabetes hebt worden zoveel dingen van je leven beïnvloedt door nummertjes. Op de weegschaal, op je glucosemeter, op je pomp – maar het gebeurt vaak genoeg dat ondanks al je goede berekeningen, je bloedsuiker zich toch niet gedraagt zoals je zou willen. Omdat er zoveel meer dan nummertjes mee spelen.

Je kent misschien de verhalen ook wel. Van de knappe koppen die dachten dat zij voor hun kind met diabetes wel de juiste berekening zouden kunnen maken. De mensen die urenlang hun bloedsuikers analyseren om maar te zorgen dat ze in de toekomst precies weten hoe hun lichaam op bepaald voedsel reageert. Die mensen die dan al gauw van een koude kermis thuiskomen omdat diabetes zoveel meer is dan nummertjes. En dat er zoveel dingen zijn die bij diabetes meespelen die niet in nummertjes uit te drukken zijn, zoals stress, vermoeidheid, hormonen of het weer. Maar dat nummertje op je bloedglucosemeter is toch zo bepalend voor je dag, je humeur en je nachtrust!

De beste tactiek? Die is er niet. Iedereen is anders (gelukkig!). Een vriendin van mij weegt netjes alles af. Ik voer in 8 van de 10 gevallen 30 gram koolhydraten in, in mijn Kaleidoculator voor m’n ontbijt (of als ik voor een tussendoortje moet schatten) – ook al klopt dat helemaal niet. Wegen en meten brengt je tot een bepaald punt, maar je eigen gevoel, verstand en ervaring brengt je vaak net zo ver. En dan moet je het daar toch maar mee doen.

Over Veerle


Ik ben Veerle, 29 jaar jong en sinds 2013 maak ik onderdeel uit van de bijzondere ‘community’ van mensen met Type 1 Diabetes. Naast dat diabetes een (noodzakelijk) deel van m’n privéleven in beslag neemt, heb ik er ook voor gekozen om er mijn werk van te maken: zo heb ik 4,5 jaar bij JDRF Nederland gewerkt als Coördinator Communicatie en Projecten en werk ik sinds augustus 2018 bij ViCentra, het bedrijf achter Kaleido. Ik heb de afgelopen 6 jaar de nodige hoeveelheid insulinepompen geprobeerd (en afgeschreven) en ben nu al enige tijd onafscheidelijk van mijn Kaleido.